
Arend Jan Boekestijn schrijft op zijn Substack (Boekestijn Geopolitics) een betoog over onder meer de omfloerste omgang van liberalen met de islam en de rechtspopulistische fantasieën over de islamisering van Europa. De auteur maakt een aantal terechte punten, bijvoorbeeld dat tot moslim gemaakten de voornaamste slachtoffers van de islam zijn en dat met meel in de mond pratende progressieve politici (wanneer het islam betreft) zelf het rechtspopulisme voeden. Toch bevredigt zijn betoog niet.
Afgezien van een aantal ontologische fouten (« islamitische gemeenschappen » bestaan niet), het fictieve onderscheid tussen « de islam » en « de politieke islam » (de Koran is de islam en maakt dat onderscheid niet, ongeacht de geleefde werkelijkheid van moslims), of dat er geen parallelle samenleving zou kunnen bestaan omdat de « overgrote meerderheid [van de moslims] wil werken, een gezin onderhouden, een opleiding volgen en vooruitkomen » (non-sequitur), schuurt het standpunt van Boekestijn op een fundamenteler niveau. Hij schrijft:
Europa heeft met de liberale democratische rechtsstaat iets veel krachtigers in handen. De staat […] moet slechts zijn eigen liberale spelregels bewaken.
Dat lijkt op het eerste gezicht een prima, redelijk standpunt. Het zijn echter exact die redelijke liberalen die nooit een overtuigend antwoord hebben kunnen formuleren op Pim Fortuyn en nadien het rechtspopulisme in brede zin. Sinds de val van de Berlijnse muur hebben liberalen zichzelf wijsgemaakt dat ieder individu uiteindelijk wel een liberaal wordt, zolang liberalen netjes de liberale democratie beheren. Dat heeft mij altijd doen denken aan de beruchte uitspraak van Private Joker in Stanley Kubrick’s Full Metal Jacket, « We are here to help the Vietnamese, because inside every gook there is an American trying to get out. »
Met de aanslagen van 11 september 2001 – vandaag 25 jaar geleden – leerde de westerse wereld the hard way dat er niet in iedere gook een American schuilt. De kapers kwamen uit voorname families, hadden westers onderwijs genoten, en beschikten over de middelen om te gaan en staan waar ze wilden. Het einde van de geschiedenis was (en is) één van de vele liberale sprookjes.
Dit sprookje wortelt in het denken van de liberale profeet John Rawls, die het evangelie van de procedurele rechtvaardigheid verkondigde. Dat is kortweg samen te vatten in het idee dat als de staat functioneert volgens het Juiste, de mensen dan in vrijheid tot het Goede komen. In de praktijk werkt dit alleen als de (meeste) mensen al liberalen zijn, of deugen zoals Rutger Bregman het zou noemen.
Rawls bedacht ook een ander sprookje dat hij « de sluier van onwetendheid » noemde. Het is een gedachte-experiment om de rechtvaardigheid van een samenleving te beoordelen, door jezelf af te vragen of je in die samenleving zou willen zijn zonder van te voren te weten wat je eigenschappen zijn (geslacht, geaardheid, geloof, enzovoort). Ook dit werkt alleen maar voor liberalen. De ayatollah zal prima in een samenleving willen zijn die hem als vrouw stenigt bij het plegen van overspel, want hij (pretendeert dat hij) gelooft dat zo’n wrede straf hem vrijwaart van een veel ergere bestraffing in het hiernamaals. De sluier van onwetendheid is in feite een soort liberaal gebed.
Het is verbijsterend dat liberalen hardnekkig in deze profetieën blijven geloven. De staat is slechts een verzameling individuen met wapens, die volgens bepaalde procedures handelen (de wet, althans dat is de bedoeling). Dit betekent dat de voorwaarde voor een liberale staat is dat er liberale individuen zijn. Dat betekent ook dat als het liberalisme zich « neutraal » opstelt tegen haar uitdagers, er dan uiteindelijk geen liberale individuen meer zijn. Daarom moet er niet een neutrale staat zijn, maar een liberale staat, die onvoorwaardelijk partij kiest voor het vrije individu. Het alternatief is dat liberalen zich reduceren tot de beheerders van onvrijheid, wat nu overigens ook al gebeurt, bijvoorbeeld door het faciliteren van onvrijheid met seksegescheiden zwemmen.
De islam staat ontegenzeggelijk vijandig tegenover vrijheid. Dat er tot moslim gemaakten zijn die de idealen van de Franse revolutie – vrijheid en gelijkheid – omarmen, is omdat zij seculiere liberalen zijn, niet omdat zij moslims zijn. De Koran en andere islamitische bronteksten bevatten geen enkele intellectuele of politiek-filosofische basis om een liberale democratie mee te rechtvaardigen. De islamitische modernisten (die marginaal zijn binnen de islamitische instituten) hebben in feite de Koran net zo lang gemarteld tot het vrijheid sprak.
De praktijk laat zien dat wanneer de seculiere orde niet met harde hand regeert, landen in de islamitische wereld de gedaantes aannemen van Afghanistan, Iran, Saoedi-Arabië of de Islamitische Staat. Vrijwel elk land in de islamitische wereld dat enigszins aangenaam is om te leven, is dat vanwege seculiere dictators zoals Atatürk of Bourguiba. In de meeste andere landen met een moslimmeerderheid mag wettelijk een echtgenoot zijn echtgenote naar believen verkrachten, zolang de dwang maar geen sporen achterlaat zoals blauwe plekken.
VVD-coryfee Frits Bolkestein heeft niet voor niets zijn project met de liberale islam opgegeven. Toen Amina Wadud, een van de weinige vrouwelijke imams, naar Nederland kwam, was zij in geen enkele moskee welkom om het islamitische gebed te leiden en moest zij uitwijken naar poptempel (!) Paradiso. Er bestaan vele individuen, die toevallig in een islamitisch gezin werden geboren, die overtuigd zijn van de idealen van de vrije samenleving. Maar naarmate een groep tot moslim gemaakten groot genoeg wordt, zal jihadisme en onvrijheid daaruit emergeren. De ouders van veel Syriëgangers waren immers ook vaak nette burgers. Uit onderzoek bleek zelfs dat in landen als Tunesië de jihadisten vaak uit de hogere en gematigde sociale klassen kwamen.
De aannemelijkheid dat een bevolking waar de meerderheid zich als moslim identificeert, zonder koloniale overheersing, zo’n vrije samenleving produceert, is dus praktisch nihil. Sterker nog: ik durf het standpunt in te nemen dat als de Fransen Noord-Afrika nooit hadden gekoloniseerd, het er dan uit zou zien als het hedendaagse Afghanistan.
Voor het rechtspopulisme is de islam echter slechts een plot device in hun narratief. In tegenstelling tot liberalen, willen zij wél met harde hand optreden tegen onvrijheid (ten minste, als die onvrijheid islam heet). Zoals Boekestijn terecht opmerkt vervaagt daarin vaak het onderscheid tussen de islam en de tot moslim gemaakten. Wat liberalen als Boekestijn echter vaak ook vergeten is dat de liberale democratie niet ex nihilo verscheen. De liberale democratie is het resultaat van de Verlichting, van godslastering, en van de guillotine. Vrijheid is nooit door vrijheid tot stand gekomen. Vrijheid is tot stand gekomen door te vernietigen wat er tegen was.
Het rechtspopulisme zoekt echter oplossingen die voor liberalen onacceptabel zijn: in de vuist des nationalismes. Liberalen hebben echter een beter middel: de vuist der vrijheid. Ze moeten die vuist dan wel durven inzetten. Niet tegen een specifieke groep mensen, maar tegen onvrijheid. Want het gesprek over de islam gaat eigenlijk over iets heel anders. Orthodoxe moslims maken alleen maar gebruik van privileges die anderen, lang voordat er überhaupt significante aantallen moslims in Nederland waren, voor zichzelf hebben bekonkeld. Deze privileges hebben een naam: de Pacificatie van 1917. Wie de islam vreest, moet confessionelen bestrijden.

Het is onjuist dat Bolkestein de liberale islam heeft opgegeven. Ayaan wel.