
De recherche voert een oriënterend feitenonderzoek inzake valsheid in geschrifte (art. 225 Sr) en getuigenintimidatie (art. 285a Sr), door hoge D66-functionarissen. De schijn van deze delicten is gewekt door het welbewust manipuleren van documenten en reglementen met het oogmerk een procedurele werkelijkheid te veinzen, om een op Congres 122 ter plekke verzonnen regel, om een politiek onwelgevallig perspectief te smoren, achteraf van rechtvaardiging te voorzien.
Deze longread gaat in op de achtergronden, de totstandkoming, de constatering en de nasleep hiervan. Het begint met de achtergrond. Voor het incident dat aanleiding gaf tot de (mogelijke) valsheid in geschrifte, kunt u doorscrollen naar de sectie Schrödingers huisregels. De totstandkoming van de delicten wordt besproken in Een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen.
Ik zou kunnen stellen dat dit drama begon bij een flyer op Congres 122. Maar dat zou de werkelijkheid geweld aandoen. Dit verhaal begint bij een meisje, op 20 mei 2006 te Idlib, Syrië. Daar werd een weerbarstig meisje geboren dat een diep verlangen naar vrijheid zou koesteren. Na het uitbreken van de burgeroorlog vonden zij en haar gezin veiligheid, en vooral: vrijheid, in ons land. Haar verlangen naar vrijheid werd echter binnen het gezin niet gewaardeerd.
Al op haar veertiende vluchtte zij in de winterkou op blote voeten en gekleed in een roze huispak naar de buren, omdat haar vader gedreigd had haar te vermoorden. Na jaren van geweld, interventies van jeugdzorg, en vooral: eenzaamheid, culmineerde dat in de woorden: het is klaar, ik wil niet leven zoals jullie. Een paar dagen daarna werd zij in de nacht van 27 op 28 mei 2024 door haar vader en broers ter dood gebracht. Haar naam was: Rayaan al-Najjar. Veel meer weten we niet over haar. De stukjes huid van haar vader die de recherche onder haar nagels vond, vertellen ons in ieder geval dat Rayaan tot haar laatste adem voor haar vrijheid heeft gevochten.
Niet iedereen die verlangt naar vrijheid en toevallig voorouders heeft die in het buitenland zijn geboren eindigt met plakband om haar mond in een smerig moeras in de polder. Vaker ontwikkelt het vrije, tot moslim gemaakte individu allerlei strategieën om zich te verhouden tot dit (verbale, psychologische of fysieke) geweld. Ik ken maar weinig vrouwen (en homo’s) die geen slachtoffer zijn geworden van ideologisch geweld of hun gedrag aanpasten om dat te vermijden. Dit ideologisch geweld kent vele namen – eergerelateerd, huwelijksdwang (systematische verkrachting) of achterlating (gedwongen emigratie) – maar delen met elkaar dat dat zij zich richten tegen het individu dat zich weigert te voegen naar de rol die volgens de patriarchen door God zou zijn verordonneerd. Het is ideologisch gemotiveerd geweld.
Stop geweld tegen witte vrouwen
Progressieven haten het patriarchaat. Zo ook D66, nobel huis van de Verlichting. Nadat een zeventienjarig meisje uit Abcoude – geheel willekeurig – tijdens het naar huis fietsen werd gedood, laaide de discussie over femicide weer op. Ik schreef er in De Volkskrant een opiniestuk over: Het gesprek over femicide is institutioneel racistisch. Het centrale vraagstuk van dit opiniestuk was waarom de polderfeministen dan in de dood van een wit hockeymeisje aanleiding zien om haar op het nationale schild te hijsen, maar een vrouw die na jarenlange strijd over haar eigen lichaam en geest door haar vader en broers werd geëxecuteerd, compleet negeren.
Naar aanleiding van het opiniestuk werd ik ook uitgenodigd bij de Volkskrant-podcast Culturele Bagage om hierover te praten, in het kader van het grotere thema dat het geweld tegen vrouwen ook een mannenprobleem is. Met gastvrouw Esma Linnemann ga ik dieper in op de statistieken. Aan het einde van het gesprek vraagt Linnemann of ik nog concrete tips voor mannen heb. Eerder in het gesprek was al ter sprake gekomen dat nadenken over welk taalgebruik men bezigt belangrijk is, en vooral de veronderstellingen die in dat taalgebruik zitten. Hoewel ik overweeg om over één van mijn gebruikelijke gesprekstechnieken – namelijk aan mannen vragen waarom hun « eer » dan afhankelijk is van wat hun moeder of zusje met haar vagina doet – kies ik een veiliger voorbeeld. « Maar, » zeg ik, « ik denk dat we soms ook de brute laars van de staat nodig hebben. »
Die brute laars van de staat (die ik later zou omdopen tot vuist der vrijheid) heeft slavernij en apartheid tot misdrijven tegen de menselijkheid verklaard. Zo moeten ook de onderliggende systemen die geweld tegen vrouwen drijven tot misdrijf tegen de menselijkheid worden bestempeld. « Het patriarchaat, » vult Linnemann aan. Dat slavernij en apartheid als misdrijven tegen de menselijkheid zouden worden erkend, begon immers uiteindelijk ook maar bij een individu met een idee. Wat is de meest voor de hand liggende plek om de kiem voor dit idee te leggen? D66.
Op de nieuwe ledendag van D66 had ik dit al eens ter sprake gebracht bij het Els Borst Netwerk (EBN), het vrouwennetwerk van D66. Bij de bijeenkomst, volgens mij nota bene in de Aletta Jacobs-zaal van de Tweede Kamer, was er een handjevol mannen en vervolgens werd er door de gespreksleiders aan hen gevraagd wat hen bewoog om daar als mannen aanwezig te zijn. De andere mannen hadden voor zover ik mij kan herinneren een standaard-verhaal over dat het zielig is dat hun vriendin niet gelijk behandeld wordt, of iets van die strekking. Ik zei: « ik ben hier om het idee te bespreken dat het patriarchaat als sociaal-juridisch systeem een misdrijf tegen de menselijkheid is en dat D66 daar de internationaalrechtelijke basis voor moet leggen. »
Nadien heb ik het ook gepitcht bij de voorzitter van het EBN. Die dacht vervolgens direct aan de islam en vroeg zich af hoe dit idee zich dan zou verhouden tot de geloofsvrijheid. In ieder geval waren we het erover eens dat de islam een intrinsiek patriarchaal systeem is. De vraag welke vrijheid zwaarder weegt, namelijk die van het geloof of die van de weerbarstige vrouw die zich niet voegt naar het patriarchaat, bleef echter onbeantwoord. Ik ging naar huis met de vraag wat Aletta Jacobs daar dan van zou vinden.
Op 11 september 2025 diende D66 de initiatiefnota Stop geweld tegen vrouwen in. Er staan allerlei voorstellen in om de institutionele bescherming van vrouwen te verbeteren, zoals een breder mandaat achter de voordeur en betere rechtsbescherming. Opmerkelijk genoeg is er geen vermelding van maatregelen tegen ideologische gemotiveerde vormen van geweld. Zoals ik in het opiniestuk schreef:
Een blijf-van-mijn-lijfhuis kan je beschermen tegen een stalkende ex, maar het is geen vesting tegen een ideologie. Deze blinde vlek laat vrouwen, voornamelijk diegenen met een migratieachtergrond, compleet in de kou staan. Als u een concreet voorbeeld wil hebben waar dit toe kan leiden, verwijs ik u naar [Rayaan] al-Najjar. Die kreeg nota bene beveiliging, maar deze werd op een gegeven moment stopgezet. Hadden haar bedreigers nieuwe openbaringen gehad? Hadden zij hun onvrije ideologie verworpen?
D66 maakte eerder het Strijdplan tegen femicide. Daarin stellen de indieners dat femicide vaak wordt afgedaan als « eerwraak », alsof het vanwege ideologische redenen executeren van een vrouw de ernst zou bagatelliseren, maar ook in dat document staan geen concrete beleidsmaatregelen om het ideologisch gemotiveerd geweld tegen vrouwen en seksuele minderheden van kleur te bestrijden. Kennelijk is er bij D66 tijdens het dominant worden van de Pechtold-Kaag-Jetten-dynastie een blinde vlek voor dit geweld ontstaan. In een ver verleden pleitte D66 onder leiding van Boris Dittrich nog voor harde maatregelen, zoals het intrekken van de verblijfsvergunning of zelfs de Nederlandse nationaliteit.
De meeste politieke partijen in Nederland zijn verenigingen, zo ook D66. Volgens de Nederlandse wet heeft een vereniging een Algemene Vergadering, een bijeenkomst van de stemgerechtigde leden, die het hoogste orgaan van de vereniging vormt. In een functionerende verenigingsdemocratie oefenen de leden zo invloed uit op de koers van de partij. Het wegnemen van de blinde vlek van D66 voor het ideologisch gemotiveerd geweld tegen vrouwen en seksuele minderheden van kleur kon daarom eenvoudig tot stand komen: met een besluit van de Algemene Vergadering van D66.
De Algemene Vergadering van D66 spreekt uit dat
Net als in het parlement stemmen Nederlandse politieke partijen bij hun Algemene Vergadering over moties. Een motie bestaat bij D66 uit drie onderdelen. Het eerste deel zijn de constateringen. Dit zijn de feiten die aanleiding gaven tot de motie. Het tweede deel zijn de overwegingen. De overwegingen zijn de argumenten die het derde deel, het dictum, moeten onderbouwen. Het dictum is het bindende gedeelte van de motie, dat bijvoorbeeld een principiële uitspraak kan zijn (spreekt uit dat) of een oproep aan een partijorgaan of de fractie (roept het Landelijk Bestuur op tot, roept de fractie in de Tweede Kamer op tot). De motie krijgt dan uiteindelijk de vorm De Algemene Vergadering van D66 […] constateert […] overweegt […] roept op tot/spreekt uit dat […] en gaat over tot de orde van de dag. Als de leden in meerderheid voor de motie stemmen, dan is het dictum bindend voor de vereniging.
In de zomer van 2025 organiseerde D66 Afdeling Amsterdam een bijeenkomst over femicide. Ook daar ging het niet over ideologisch gemotiveerd geweld – hoewel er in Amsterdam ooit letterlijk een drone rondvloog om te controleren of meiden zich bij een festival wel halal genoeg gedroegen – maar toch wierp de bijeenkomst vruchten af. Ik sprak daar een lid waar ik mijn idee om het genderapartheid tot misdrijf tegen de menselijkheid te verklaren mee besprak. Zij wees mij op het Verdrag van Istanbul, een internationaalrechtelijk verdrag dat beoogt geweld tegen vrouwen uit te bannen. Artikel 12 van het verdrag stelt:
De partijen nemen de nodige maatregelen om […] alle … praktijken gebaseerd op het idee dat vrouwen inferieur of op stereotype rollen van vrouwen en mannen uit te bannen […] De partijen zien erop toe dat cultuur, gewoonte, religie, traditie of de zogenaamde ,,eer” niet worden gebruikt ter rechtvaardiging van daden van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag.
Kennelijk produceert D66 dus ook initiatiefnota’s en strijdplannen die strijdig zijn met het internationaal recht, althans nalatig in de uitvoering daarvan, in het bijzonder nalatig in de onderdelen die betrekking hebben op vrouwen van kleur. Gewapend met deze kennis stelde ik daarom voor de 122e Algemene Vergadering van D66 een motie samen om de koers van de partij hierin te corrigeren. Aanvankelijk waren dit drie moties, maar de Besluitvormingscommissie besloot dat ik ze moest samenvoegen tot één motie. De uiteindelijke tekst werd zodoende:
De Algemene Vergadering van D66 op zaterdag 4 oktober 2025 bijeen te ‘s-Hertogenbosch […] spreekt uit dat:
D66 in de strijd van het individu tegen patriarchale, homofobe en collectivistische normen, onvoorwaardelijk de kant kiest van het individu
patriarchale opvattingen onvoorwaardelijk, en zonder onderscheid in culturele of religieuze oorsprong, moeten worden bestreden
roept de Tweede Kamerfractie op:
bij het bedrijven van politiek de emancipatiestrijd van meisjes en vrouwen met een migratieachtergrond, en bij uitbreiding seksuele minderheden en andersdenkenden, in woord en daad te ondersteunen, nadrukkelijk bij de totstandkoming van beleid voor femicide en de veiligheid van vrouwen
ideologisch gemotiveerd geweld, tegen mensen die willen deelnemen aan de vrije samenleving, van dezelfde ernst als politiek geweld te wegen.
De volledige tekst van de motie is hier te lezen en het zou de aanduiding APM122.01 krijgen. Voor de 122e Algemene Vergadering hadden andere leden ook een aantal amendementen ingediend voor het verkiezingsprogramma, onder meer om het religieus onderwijs strikter te controleren. Om de leden van D66 te informeren over de ernst van het ideologisch gemotiveerd geweld tegen vrouwen en seksuele minderheden van kleur, ontwierp ik daarom een flyer. Wanneer de D66-leden kennis zouden nemen van de ernst hiervan, dan zouden zij toch zeker voor een meer seculiere koers kiezen en voor betere maatregelen kiezen om te waarborgen dat vrijheid voor iedereen is, en niet alleen voor witte mensen.
Via rechtbankverslaggever Saskia Belleman had ik vernomen dat Rayaan vlak voordat haar vader en broers haar executeerden, hen kenbaar maakte dat ze er klaar mee was en niet meer wilde leven zoals zij. Daarom plaatste ik die woorden op de voorkant van de flyer: « Het is klaar. Ik wil niet meer leven zoals jullie. Ryan al-Najjar (2006-2024) ». Op de rechterkant plaatste ik haar portret, waar ze nog wel de hoofddoek droeg die ze na het verlaten van haar ouderlijk huis om de hoek weer afdeed, omdat dit de enige afbeelding was die ik van haar kon vinden. Rayaan zou toch een typische D66-heldin moeten zijn, als vrouw die jarenlang vocht om de regie over haar eigen leven te verkrijgen. Wie anders zou er op de voorkant van een D66-flyer over dit onderwerp moeten staan? Lisa uit Abcoude? Dat Rayaan niet boog voor onvrijheid en tot haar laatste adem daar tegen vocht, maakt met haar onverzettelijke woorden de voorkant van een flyer over vrijheid sieren toch tot het minste eerbetoon dat we haar kunnen geven.
Op de achterkant van de flyer plaatste ik statistieken over het ideologisch gemotiveerd geweld tegen vrouwen en seksuele minderheden van kleur. Ik schreef eronder:
Dit is geen “vreemd” of “cultureel” fenomeen. Het is ideologisch gemotiveerd geweld dat van dezelfde ernst is als politiek geweld. De afwezigheid van een integrale aanpak in overheidsbeleid is een vorm van institutioneel racisme.
Aan de rechterzijde van de achterkant plaatste ik een politiek-ideologische tekst om Rayaan en de cijfers van duiding te voorzien. « D66 staat van oudsher vooraan in de strijd voor de emancipatie van het individu, » schreef ik, « Honderdvijftig jaar na Aletta Jacobs, wordt de ambitie tot arts nog steeds vermoord omdat kuise dochters niet in het donker met de bus zouden gaan. »
Om het geheel af te maken nam ik het logo van de D66 website, een citaat uit het concept-verkiezingsprogramma, en zorgde ik dat het lettertype en de kleuren overeenkwamen met de gebruikelijke opmaak van D66-flyers. Vervolgens gaf ik een drukkerij de opdracht om vijfhonderd exemplaren te leveren. Een digitale versie stuurde ik aan de D66-fractie.
Ik raadpleegde ook nog de website van D66 om de reglementen te controleren. Er stonden geen huisregels op, maar er was wel een pagina met regels specifiek voor het Congres 122 op 4 oktober 2025. Daar stond ook een regel over flyeren, bij de vraag Mag ik op het congres flyers uitdelen?:
Op het congres mag je D66-gerelateerde flyers uitdelen. Zorg dat de flyers er netjes en verzorgd uitzien in de D66-huisstijl, zodat iedereen ziet dat ze van D66 zijn. Heb je vragen of twijfel je? Neem contact op via congres@d66.nl
Op de flyer stond in ieder geval ondubbelzinnig vermeld dat het een ledeninitiatief betreft en uitsluitend bestemd is voor verspreiding binnen D66. Twijfel over de huisstijl had ik niet, aangezien die op de website van D66 en eerdere flyers was gebaseerd. Voor zover die twijfel kon bestaan, loste art. 6:238 BW, lid 2 dat op: « Bij twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de wederpartij gunstigste uitleg. » Wie is de wederpartij bij deze congresregels? De congresbezoeker. Met andere woorden: ikzelf.
Gewapend met het burgerlijk wetboek, de congresregels van D66, en vijfhonderd flyers, boekte ik voor de nacht van 3 op 4 oktober 2025 een hotel in het centrum van Den Bosch. Dat doe ik meestal als ik naar een D66-congres ga, want ondanks dat deze altijd op zaterdag plaatsvinden, staat de congresorganisatie er op om het om half tien ‘s ochtends te laten beginnen. Voordat ik ga slapen leg ik mijn riem, mijn stropdas, mijn donkerblauwe jasje en mijn donkerblauwe pantalon op één van de bedden in de hotelkamer. Dat doe ik zelden, maar omdat ik bij de behandeling van mijn motie APM122.01 ook met een openingswoord en een slotwoord de Algemene Vergadering van D66 mag toespreken, kan ik mij het niet veroorloven om te laat te komen.
Om een uur of half vijf maakt een luid gezang mij wakker. « We verbranden samen de joden, want joden branden het best, » echoën de muren van de Hinthamerstraat in de Gemeente ‘s-Hertogenbosch. « Sieg heil, » vervolgt het koor, « sieg heil, sieg heil! » Een regenachtige zaterdagmorgen in het land van Spinoza, voorafgaand aan het 122e D66 congres, waar we ongetwijfeld aandachtig naar een zeer verbindende toespraak van de partijleider gaan luisteren. Wellicht was deze discrepantie tussen de werkelijkheid en de bestuurlijke bubbel een voorbode van wat er nog komen zou gaan.
Schrödingers huisregels
In de morgen van 4 oktober 2025 sta ik samen met een doos met daarin vijfhonderd flyers nog voor negen uur bij de receptie van het 122 D66-congres, Congres 122. Ik was bijna buitengesloten van de Algemene Vergadering waar ik zelf woordvoerder van een motie was, omdat ik door een technische storing geen congresticket meer kon kopen. Het Landelijk Bureau, de congresorganisatie, kon mij er niet verder mee helpen en stelde dat ik de vergadering via de livestream kon bekijken. Op de vraag hoe ik dan het woord voor mijn motie moest voeren reageerden ze niet. Gelukkig kon ik een ticket van een ander lid overnemen, waarvoor ik haar vergoedde, en was mijn toegang tot het congres veilig gesteld.
Na het ontvangen van een polsbandje – ondanks dat stempels duurzamer (maar volkser) zijn, geeft de congresorganisatie consequent de voorkeur aan de bandjes – loop ik direct naar de koffieapparaten. Niet om koffie te drinken, maar om mijn flyers daar neer te leggen. In tegenstelling tot de andere congresbezoekers, die rustig de Brabanthallen binnen kuieren, ga ik direct aan de slag. De enige anderen drukte zijn de leden van de thema-afdelingen, die in de centrale hal hun stands aan het opbouwen zijn. In die centrale hal, het Horecaplein zoals D66 het noemt, zijn ook statafels. Daarop ligt de bekende « Het kan wél »-flyer, die D66 tijdens de verkiezingscampagne gebruikte. Omdat het wél kan, leg ik mijn eigen flyers ernaast, wat tot de bijzondere compositie « Het is klaar. Ik wil niet leven zoals jullie. Het kan wél » leidt.
Vervolgens loop ik naar de plenaire zaal – de vergaderzaal waar de Algemene Vergadering bijeenkomt. Onderweg kom ik nog een ruimte tegen, waar een scherm hangt om de livestream te volgen, waarin ook statafels zijn, waar ik vanzelfsprekend ook flyers op achterlaat. Dan loop ik verder, naar de voorste rijen stoelen, om daar de flyers ook op te leggen. Een flyer op een stoel biedt honderd procent garantie dat hij wordt gezien. Ik aarzelde daar aanvankelijk bij, maar omdat ik dit idee een paar dagen eerder met een paar lokale bestuursleden en een stadsdeelcommissielid had besproken, die het een geweldig plan vonden, was er op het congres zelf geen twijfel meer.
Terwijl ik bijna klaar ben met de tweede rij, spreekt een heerschap mij aan. Hij introduceert zichzelf als de Eventmanager. Hij werpt een blik op de stapel flyers die ik in mijn hand hou, en verzoekt mij nog even te wachten met de flyers op de stoelen te leggen. Omdat hij niet weet of dat is toegestaan, gaat hij even met « Sabine » overleggen. Ik weet niet wie Sabine is, maar ik neem aan dat het zijn leidinggevende is. Wanneer hij terugkomt vraagt de Eventmanager of ik de flyers weer van de stoelen wil halen. Ik probeer nog met hem een onderhandeling aan te gaan, maar hij zegt dat als hij een uitzondering maakt, dat hij dat dan voor iedereen moet doen. Zoals men in Nederland zegt: nee heeft men, en ja kan men krijgen. Deze keer bleef het nee. Vervolgens geef ik gehoor aan zijn verzoek en haal ik de flyers van de stoelen af.
Nadat ik de flyers weer heb verzameld, loop ik tien minuten later richting de ingang van de plenaire zaal, waar de congresbezoekers doorheen stromen. Als er een perfecte locatie is om flyers uit te delen, dan is het daar. Onderweg daarnaartoe snijdt een figuur mij de pas af. Terwijl zij dat doet omringen drie mannen mij, waaronder de Eventmanager. Ze staat zo dicht bij dat ik haar adem kan voelen. Met enig ongemak en desoriëntatie geef ik haar een hand, moeizaam, want normaal geef je met gestrekte arm een hand, maar dat kan niet omdat ze zo dichtbij staat. « Sabine Andeweg, directeur van het Landelijk Bureau. » zegt ze. « Izzy. » zeg ik.
Ze verzoekt mij om te stoppen met het uitdelen van de flyers. Ik vraag waarom. Omdat het niet is toegestaan. Ik zeg dat er op de website van D66 staat van wel. Dat is niet zo, zegt de directeur van het Landelijk Bureau. Dan pak ik mijn telefoon, bezoek ik de pagina met regels voor Congres 122, en lezen wij samen de tekst:
Op het congres mag je D66-gerelateerde flyers uitdelen. Zorg dat de flyers er netjes en verzorgd uitzien in de D66-huisstijl, zodat iedereen ziet dat ze van D66 zijn. Heb je vragen of twijfel je? Neem contact op via congres@d66.nl
Terwijl ze naar het scherm van mijn telefoon kijkt, zegt de directeur van het Landelijk Bureau dat ik eerst om toestemming had moeten vragen om mijn flyers uit te delen. Ik zeg dat dit niet de strekking van de tekst is, en dat je alleen bij vragen of twijfels moet e-mailen. De directeur zegt dat ik had moeten e-mailen. Ik zeg dat ik geen twijfel had. Zonder daarop te reageren zegt de directeur dat de huisstijl niet klopt en dat het oude logo van D66 op de flyer zou staan. Ondanks dat het logo van de website komt, concretiseert ze niet hoe dit logo dan wezenlijk zou verschillen met het beweerdelijke nieuwe logo. Dan merkt de directeur op dat de slogan « niemand is vrij totdat we allemaal vrij zijn » niet van D66 is. Ik zeg dat deze uit het concept-verkiezingsprogramma komt waar we vandaag over stemmen. Kennelijk is er een patstelling tussen mij en de directeur van het Landelijk Bureau van D66.
Daarom maak ik haar ondubbelzinnig kenbaar dat ik haar besluit als willekeurig en onrechtmatig aanmerk. Dus ben ik niet van plan te stoppen met het uitdelen van de flyers, indien de directeur niet kan aantonen dat er een reglementaire grondslag bestaat voor deze maatregel. Ze geeft aan te gaan overleggen en verdwijnt dan, maar niet zonder nogmaals nadrukkelijk kenbaar te maken dat ik de flyers niet mag uitdelen. De Eventmanager verdwijnt met haar. Ik zet de doos met flyers op een statafel, die naast te ingang van de plenaire zaal staat, en leun daar semi-nonchalant tegenaan. Terwijl ik daar sta te wachten slaan de twee overgebleven mannen mij gade. Omdat dit mij nogal een ongemakkelijk gevoel geeft, pak ik zenuwachtig een flyer uit de doos om mijn aandacht mee af te leiden. « Niet de flyer uitdelen, » vermaant één van de mannen. Ik leg de flyer weer terug in de doos en probeer mezelf dan maar af te leiden met de vraag: met wie moet de directeur van het Landelijk Bureau, de hoogste functionaris van de congresorganisatie, dan overleggen over haar eigen besluit?
Als de directeur van het Landelijk Bureau van D66 terugkeert, zegt ze dat ik de flyer mag uitdelen tot aan de behandeling van mijn motie, APM122.01. Ik overweeg te vragen hoe de toestemming om te flyeren ineens verandert van « moet vooraf gevraagd worden » naar « is gekoppeld aan een agendapunt », maar gegeven de intimiderende sfeer kies ik voor wijsheid in plaats van verzet. Ik vrees dat bij volharding of weerstand ze de beveiliging zal inschakelen. Daarom verleen ik medewerking hieraan. Ze geeft ook aan dat ik de flyers van de statafels moet verwijderen uit de ruimte naast de plenaire zaal, waaraan ik gehoor geef. Terwijl ik de flyers weghaal, slaan de twee mannen mij gade.
Mijn motie wordt over ongeveer een kwartier behandeld, dus ik neem de gelegenheid om zoveel mogelijk flyers uit te delen. In ieder geval neemt Jan Paternotte – nu fractieleider van de D66-fractie – de flyer glimlachend in ontvangst. Ook de andere congresgangers maken geen bezwaar. Dan breekt het moment aan waarop mijn motie in behandeling door de Algemene Vergadering van D66 komt.
Bij de Algemene Vergadering van D66 is het gebruikelijk dat bij de behandeling van een motie of een amendement, het presidium vraagt of iemand behandeling wenst. Als niemand behandeling wenst, dan wordt er direct gestemd. Ik heb alvast plaatsgenomen op een van de voorste rijen, vlak naast de inspreekmicrofoon. Het presidium zelf zit op het congrespodium aan een brede tafel, vaak drie personen, die dan met hun ogen de zaal afstruinen om dit vast te stellen. Zo ook bij de behandeling van mijn motie. « Als er behandeling gewenst is, dan gaan we het gesprek hierover voeren, » vraagt het presidium. Ik sta alvast op, in anticipatie op de vraag of iemand behandeling wenst. « Ik zie niet dat er behandeling gewenst is, dus volgens mij kunnen we overgaan tot het stemmen. » Enigszins van mijn a propos ga ik weer zitten, omdat ik geen zin heb in een tweede conflict. De stemming volgt. De motie wordt met 97% van de stemmen aangenomen.
Na de stemming blijf ik zitten voor de behandeling van de amendementen. Plotseling verschijnt er dan van achter mijn rug een hand die een stapel flyers voor mijn gezicht houdt. Ik kijk op om te kijken van wie deze hand dan is. Het blijkt één van de mannen uit de posse van Sabine Andeweg. Of ik mijn « vrienden van de thema-afdeling » wil vragen om de flyers niet meer uit te delen. « Ja, prima. » zeg ik, ondanks dat ik absoluut geen idee heb wat hij daarmee bedoelt. Ik neem de flyers in ontvangst, stop ze weer in de doos, en richt me weer op de amendementen.
Later die dag begint de batterij van mijn telefoon leeg te raken. Het stemmen vindt digitaal plaats dus ik loop terug naar de receptie om te vragen waar ik mijn telefoon op kan laden. Dan verschijnt plotseling de directeur van het Landelijk Bureau, die mij toevoegt dat het niet de bedoeling is dat ik met allerlei mensen praat. Ik heb geen energie meer om te vragen wat ze hier nu weer mee bedoelt, en ga daarom maar mijn telefoon opladen in mijn auto op de parkeerplaats. Ondanks dat Rob Jetten later die dag in zijn verbindende toespraak met al zijn positieve energie zou declameren dat het wél kan, en de leden dat ongetwijfeld met hem mee scandeerden, ga ik nadien toch naar huis met het gevoel dat er íets niet kan.
Een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen
Als Rayaan al-Najjar niet buigt voor de beulen die haar vanwege haar verlangen naar vrijheid ter dood brachten, dan buig ik zeker niet voor Sabine Andeweg en haar posse. Na afloop van Congres 122 was ik woedend. De gelegenheidsargumenten en doelredeneringen van Sabine Andeweg maakten toen al duidelijk dat het niet ging om een triviale procedurele overtreding.
Welke procedurele overtreding handhaaft een ervaren bestuurder met een entourage van drie mannen? Welke eindverantwoordelijke gaat overleggen om terug te komen op haar eigen besluit? Welk D66-reglement stelt dat leden op D66-congressen niet met anderen mogen praten? Dat D66-functionarissen kennelijk ter plekke regels verzinnen om perspectieven uit te wissen die hen onwelgevallig zijn, is volstrekt strijdig met waar D66 voor stelt te staan. Het neemt nota bene de Partij van de Vrijheid de maat omdat het geen leden heeft, en wil daar zelfs de Wet op de politieke partijen voor aanpassen. Maar wat betekenen leden, als het establishment zo met leden omgaat?
En vooral: het ging niet om zomaar een flyer. Het was een hommage aan de heldhaftigheid van een vrouw, die stierf omdat ze aanspraak maakte op vrijheden die voor D66 heilig zijn. In feite heeft Sabine Andeweg, directeur van het Landelijk Bureau, op Congres 122 het werk van de beulen van Rayaan postuum afgemaakt, namelijk het uitwissen van haar autonomie. Haar woorden die op de voorkant van de flyer stonden, waren voor haar vader en broers de directe aanleiding om haar met plakband op haar mond in de Oostvaardersplassen achter te laten, opdat deze misdadige woorden van vrijheid nooit meer uitgesproken zouden worden. Kennelijk wilde Sabine Andeweg deze woorden ook smoren. Of de nader te identificeren derden die haar daartoe de opdracht gaven. Daarom kon dit niet zonder consequenties blijven. N.B. dit is een hyperbolische en polemische duiding die voldoende feitelijke bedding heeft en zodoende bescherming geniet van art. 10 EVRM.
Om die consequenties te doen gelden had ik twee opties. De eerste was een procedure bij het Geschillencollege, de interne rechter van D66. Niet dat ik daar heel veel vertrouwen in had, omdat het eerder had toegedekt dat de Besluitvormingscommissie met een ter plekke verzonnen regel een amendement afwees. Dit amendement ging over het standpunt van D66 tegen conversiehandelingen. Omdat het huidige standpunt zich vooral op aanbieders in professionele hoedanigheid richtte, wat kenmerkend is voor conversiehandelingen in de witte, christelijke sfeer, wilde ik het uitbreiden naar de informele sfeer, in het bijzonder met het bestrijden van « duivel- of djinn-uitdrijvingen ». De Besluitvormingscommissie verweerde zich met het argument dat het in de praktijk ook andere regels hanteerde dan dat in haar formele reglement stonden, hetgeen het Geschillencollege kennelijk gegrond vond. Of het Geschillencollege over de op Congres 122 ter plekke verzonnen maatregel anders zou oordelen, was toen al twijfelachtig.
De tweede optie was de journalistiek. Ik was in oktober 2025 gastcolumnist op zondag bij De Volkskrant. Mijn directe contact met de opinieredactie, betekende ook dat de lijn naar politieke redactie erg kort was. Het verhaal dat een witte, elitaire D66-functionaris ter plekke een regel verzon om een lid met een migratieachtergrond te verbieden D66-leden te informeren over systematisch geweld tegen vrouwen en seksuele minderheden met een migratieachtergrond, was op zichzelf al een schandaal. En vanwege de komende verkiezingen van 29 oktober 2025: zeer relevant in het weloverwogen maken van een keuze voor D66. Dit was ontegenzeggelijk ook bekend bij het D66-establishment, omdat ik voorafgaand aan het Congres 122 naar de communicatieafdeling en het Landelijk Bestuur van D66 een opiniestuk over de motie APM122.01 had gestuurd en daarbij meldde dat ik voornemens was om het in een landelijk dagblad te publiceren.
Voor beide trajecten gold dat ik het bewijsmateriaal moest verzamelen. Zeker bij het publiceren van een column, die doorgaans minder strikte journalistieke criteria hebben, moest er feitelijk materiaal zijn om de beweringen mee te onderbouwen. Het absolute, centrale bewijsstuk hierin was de pagina met regels voor Congres 122, waar stond dat het uitdelen van flyers op D66-congressen is toegestaan, zolang het duidelijk is dat ze voor D66 bestemd zijn. Daarom bezocht ik op zaterdag 11 oktober 2025 opnieuw de website van D66, om de pagina met regels voor Congres 122 te bekijken (archive.org), die ik een week eerder ook samen met Sabine Andeweg had bekeken. En wat er toen gebeurde, had niemand verwacht.
Ik staar even naar mijn beeldscherm. Op de pagina met regels voor Congres 122 staat nu dat er voor het uitdelen van flyers toestemming van de congresorganisatie vereist is (archive.org). De pagina verwijst verder nog wel naar Congres 122 en de Brabanthallen in Den Bosch, terwijl het volgende congres in Nieuwegein is. Er zijn verder praktisch geen wijzigingen. Er staat ook niet dat de tekst is gewijzigd en wat de vorige versie luidde. Uit de metadata van de webpagina blijkt dat de laatste wijziging op 7 oktober 2025 is gedaan – de tweede werkdag na het Congres 122. Daarop stuur ik een e-mail naar het Landelijk Bureau, dat de website van D66 beheert:
Op de pagina met veelgestelde vragen over Congres 122 staat onder “Mag ik op het congres flyer uitdelen?” het volgende: “Op het congres mag je alleen met toestemming van de congresorganisatie flyers uitdelen. Stuur ons een bericht via congres@d66.nl om te bespreken wat er mogelijk is.” Ik meen mij echter te herinneren dat hier een andere tekst stond. Zouden jullie mij graag de vorige versie kunnen e-mailen?
Ik blijf achter met de constatering dat het opmerkelijk is dat een tekst, die een week eerder centraal stond in een reglementair conflict, plotseling wijzigt naar een versie die het besluit van de directeur van het Landelijk Bureau rechtvaardigt.
Maandag krijg ik een e-mail terug van de Eventmanager. Hij stelt dat er huisregels bestaan, waarmee iedereen akkoord gaat bij het aanschaffen van een ticket. Ik heb eerder congrestickets aangeschaft, waarbij dat niet het geval was, en bij het toekomstige Congres 123 hoefde dat ook niet. Kennelijk is er voor Congres 122 een eenmalige uitzondering gemaakt. Hij stelt ook dat in het geval van « conflicterende informatie », deze huisregels altijd voorrang hebben. Daarom is de tekst op de website aangepast, om « verwarring te voorkomen » en deze « consistent » te maken met de huisregels. Welke huisregels hij bedoelt weet ik niet, aangezien die niet op de website staan, hij er niet uit citeert, en ook geen hyperlink naar een document invoegt. Gelukkig heeft hij wel op Congres 122 voor mij na een « constructief gesprek » een eenmalige uitzondering gemaakt. Ik stuur diezelfde een e-mail terug met aanvullende vragen en herhaal het verzoek om de vorige versie van de tekst te overleggen.
Hierop krijg ik geen tijdige reactie. Omdat in de journalistiek geldt dat wat niet actueel is, niet relevant is, stuur ik op 18 oktober 2025 een brief aan partijleider Rob Jetten via Aangetekend Mailen. Dat is een juridisch bindend systeem, waarbij de ontvanger een aankondiging krijgt en de inhoud pas kan zien door er nadrukkelijk voor te kiezen om het in ontvangst te nemen. In de onderwerpregel schrijf ik « Vertrouwelijk: Procedureel verzoek om informatie n.a.v. Congres 122 ». De brief zelf opent met de gebruikelijke beleefdheden, een beschrijving van het incident op Congres 122, een aantal vragen daarover, en een verzoek om discreet met de inhoud van de brief om te gaan:
Omdat er niet kan uitgesloten worden dat hier leden of medewerkers van het Landelijk Bestuur of Landelijk Bureau bij betrokken waren, verzoek ik u en de leden van de fractie niet met het Landelijk Bestuur of het Landelijk Bureau hierover te communiceren. Dit kan mogelijk de procedures beïnvloeden en/of leiden tot het aantasten van bewijsmiddelen. Er zijn indicaties dat dit laatste reeds heeft plaatsgevonden. Bovendien hebben de feiten op Congres 122 mijn veiligheidsgevoel binnen de partij aangetast.
Vanzelfsprekend eindig ik de brief met een dankwoord voor zijn inzet en leiderschap tijdens de verkiezingscampagne, de goede resultaten, en wens ik hem succes met de laatste dagen tot de verkiezingen. Rob Jetten zal de inhoud nooit opvragen en de aangetekende e-mail vervalt op 3 november 2025, na twee automatische herinneringen.
Omdat de tijd begint te dringen en de journalistieke relevantie nihil begint te raken, alsmede de bezwaartermijn van vier weken ook bijna verstrijkt (daarna is een beroep bij het Geschillencollege niet-ontvankelijk), stuur ik op 24 oktober 2026 dezelfde brief naar de rest van de D66-fractie. Ook deze aangetekende e-mail verloopt na twee herinneringen, dit keer op 5 november 2025. Behalve bij één Kamerlid:
Gelukkig weet ik hierdoor dat de fractie de e-mail in ieder geval wel heeft gezien, en deze dus niet in een spamfilter is beland. Waarom de voltallige D66-fractie – waarvan twee leden thans minister-president en minister van SZW zijn – dan een aangetekend schrijven waarvan zij wisten, althans behoorden te weten, dat het een gewichtige zaak betrof, niet in ontvangst wil nemen, blijft tot op de dag van vandaag een raadsel dat niet is opgehelderd. De enige reden waarom ik zelf brieven niet open, is omdat ik van te voren weet wat de inhoud zal zijn.
Eén dag voor de verkiezingen van 29 oktober 2025 ontvang ik een e-mail van Sabine Andeweg, in reactie op mijn tweede e-mail aan het Landelijk Bureau met de aanvullende vragen en het herhaalde verzoek om de oorspronkelijke tekst van de congresregels te overleggen. Ze herhaalt hierin het verhaal over de huisregels en heeft het over een vaag, willekeur-lievend criterium waarmee toestemming om te flyeren op een D66-congres wordt verleend. De oorspronkelijke tekst van de congresregel zit er niet bij. Wel zijn er nieuwe opmerkelijkheden:
Sabine Andeweg reageerde op een naar haar toe doorgestuurde e-mail, mijn e-mail aan de Eventmanager van 13 oktober 2025. Bij het doorsturen van berichten, voegen de meeste e-mailclients de voorgaande berichten toe, zodat er een keten ontstaat. Daar staan ook de zogeheten « headers » bij, zoals Van, Aan, Datum, CC en Onderwerp. Normaalgesproken ziet dat er zo uit:
In de e-mail van Sabine Andeweg d.d. 28 oktober 2025 ontbreken echter de Aan- en Datum-headers. Dat betekent dat ze die headers willens en wetens uit de berichtenketen heeft verwijderd. Waarom Sabine Andeweg dit heeft gedaan blijft tot op de dag van vandaag een raadsel. Dieper in de berichtenketen tref ik een andere opmerkelijkheid aan:
Op de e-mail van Sabine Andeweg reageer ik niet meer. Een eventuele journalistieke route is inmiddels dusdanig getraineerd dat een publicatie niet meer actueel is. De procedure bij het Geschillencollege is technisch nog mogelijk, maar omdat het Landelijk Bureau weigert om het originele, centrale bewijsstuk te overleggen, heb ik daar vrijwel geen vertrouwen in. Later zou overigens blijken dat Sabine Andeweg haar reactie ook naar het Landelijk Bestuur had gebcc’ed. Waarom het Landelijk Bestuur dan geïnformeerd zou moeten worden over een ogenschijnlijk triviaal procedureel vraagstuk, blijft tot op heden een raadsel dat niet is opgehelderd.
Op 29 oktober 2025 won D66 de verkiezingen met een nihil verschil van 30.000 stemmen meer dan de Partij voor de Vrijheid. Alleen het Openbaar Ministerie kan vaststellen wat er daadwerkelijk is gebeurd, aangezien alleen het OM de strafvorderlijke middelen heeft om dat te doen. Misschien is het allemaal gewoon een reeks toevalligheden. Maar wat vaststaat is dat de vruchten van al deze toevalligheden wel heel erg zoet zijn. En wat ook vast staat is dat het bij D66 bekend was dat een schandaal over de gebeurtenissen op Congres 122 een existentieel PR-risico vormde. Enfin, ik liet de zaak vervolgens een aantal maanden rusten, om het in de aanloop van Congres 123 weer op te pakken.
Wat vast staat is dat D66 op 7 oktober 2025 is begonnen met het retroactief veinzen van een reglementaire werkelijkheid, die in het geheel niet bestond op 4 oktober. De pagina met regels had tijdens het Congres 122 een bewijsbestemming gekregen, voor zover het dat nog niet had, wat D66 wist of behoorde te weten, en zij heeft welbewust dit geschrift gemanipuleerd om een partij waarmee zij een geschil had in bewijsnood te brengen.
In die maanden gebeuren er ook een aantal interessante dingen, al zijn die niet relevant voor het onderwerp ter zake. Voor de komische afleiding is het wellicht leuk te vermelden dat Nienke ‘s Gravemade op 30 januari 2026 bij het Vrouwencongres van D66 Amsterdam verscheen, en daar zei dat « bizarre» opmerkingen alleen door mannen gemaakt en bedacht kunnen worden, verwijzende naar de uitspraak « Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan », die (onterecht) aan het romanpersonage Pippi Langkous wordt toegeschreven.
Voorjaarsoffensief
Op 8 februari 2026 stuurde ik aan het Landelijk Bestuur van D66 een brief waarin maar één vraag centraal stond:
Heeft de directeur van het Landelijk Bureau Sabine Andeweg op Congres 122 op eigen initiatief een lid verboden om flyers uit te delen, of deed zij dit in opdracht of onder invloed dan wel advies van derden? Zo ja, wie? Op basis van uw antwoord op deze vraag zal ik u de verdere vragen toezenden
Daarbij schreef ik ook « 24 oktober 2025 is aan een van de vertrouwenspersonen kenbaar gemaakt dat het getroffen lid het handelen van de directeur van het Landelijk Bureau op Congres 122 aanmerkt als onrechtmatige daad. Naar mening van het lid kent dit verbod geen reglementaire basis en suggereren de feiten dat het uitdelen van de flyer vanwege inhoudelijke redenen is verboden. Het lid merkt dit aan als politieke censuur. » Bij de brief voegde ik een 104-punten tellend feitenrelaas bij, waarin het incident op Congres 122 en de nasleep daarvan werden omschreven, nadrukkelijk de fysieke intimidatie en het achteraf wijzigen van de congresregels voor Congres 122.
Op 19 februari 2026, elf dagen later, stuurde het Landelijk Bestuur een bericht terug. Daarin stelt het:
Uw vragen zien op verantwoordelijkheden en procedures binnen onze organisatie. In onze e-mail van 28 oktober jl. heeft het Landelijk Bureau deze punten reeds uitvoerig toegelicht. De daarin opgenomen toelichting en beantwoording zijn naar onze overtuiging nog steeds volledig en onverkort van toepassing.
Dat was letterlijk niet mijn vraag. Het bestuur herhaalde verder het verhaal over de huisregels dat ik eerder van de Eventmanager en Sabine Andeweg kreeg. Nieuw is een aanvullende grondslag waarop het Landelijk Bestuur haar maatregel op Congres 122 onderbouwde: er zou een « vaste en bestendige werkwijze » zijn. Kennelijk waren zowel de Eventmanager als Sabine Andeweg op Congres 122 nog niet op de hoogte van die vaste en bestendige werkwijze. De reactie van het Landelijk Bestuur deed me begrijpen waarom Pieter Omtzigt een burn-out kreeg, want dit niveau van bestuurlijke gaslighting zuigt letterlijk alle energie weg. Ik zou de zaak pas in juni 2026 weer oppakken.
Van tijdreizende huisregels naar het Openbaar Ministerie
Het Landelijk Bestuur verwees in haar e-mail d.d. 19 februari 2026 eindelijk wél naar huisregels. Ze zaten verstopt als hyperlink in de e-mail. Ik downloadde het bestand en bekeek de metadata. Het pdf-document is op 30 mei 2024 gemaakt. Via The Internet Archive bekeek ik vervolgens de oudere versies van de website van D66, in het bijzonder de pagina Statuten en reglementen. Daar kon ik in ieder geval niet vaststellen dat dit document ooit is gepubliceerd (en daarom wettelijk gezien niet van kracht kan zijn geweest). In het document stond ook niets over het vooraf toestemming vragen om de Algemene Vergadering van D66 via een flyer te informeren. Wel staat er een passage over promotieactiviteiten:
D66 kent een promotiebeleid. Zonder toestemming vooraf mogen er binnen en buiten geen promotieactiviteiten plaatsvinden.
Elk weldenkend persoon weet dat onder « promotie » wordt verstaan het aanprijzen van een product, een boek, een externe stichting of een commerciële dienst. Of een kandidaat voor een D66-stemming mogelijk. Het informeren van de D66-leden over een politiek onderwerp kwalificeert niet als promotieactiviteit. Bovendien had ik inmiddels ook andere D66-leden gesproken die op D66-congressen flyers uitdeelden, en die verklaarden daar geen toestemming vooraf hebben te hoeven vragen. Kennelijk realiseerde het Landelijk Bestuur zich dat ook, want op 5 maart 2026 werd de pagina Statuten en reglementen op de website van D66 bijgewerkt met een nieuw item: Huisregels D66-evenementen en -bijeenkomsten. Dat pdf-document bleek volgens de metadata op diezelfde dag gemaakt te zijn, door de Eventmanager. De inhoud van het pdf-document was in de grote lijnen hetzelfde als de eerdere versie van 30 mei 2024, alleen er was een opmerkelijke bepaling aan toegevoegd:
D66 kent een promotiebeleid. Zonder toestemming vooraf mogen er binnen en buiten geen promotieactiviteiten plaatsvinden. Flyers die verspreid worden tijdens de evenementen, dienen minimaal 48 uur van tevoren met het landelijk bureau afgestemd te worden.
Op 13 oktober 2025 beweerde de Eventmanager van D66 dat hij de pagina met regels voor Congres 122 « consistent » had gemaakt met huisregels die hij zelf pas op 5 maart 2026 zou maken! Niets is meer verbazingwekkend binnen D66, aangezien huisregels kennelijk kunnen tijdreizen.
Toen ik op 16 juni 2026 het Landelijk Bestuur een aanmaning stuurde met betrekking tot de vragen die ik op 8 februari per e-mail had gesteld wist ik nog niet dat de huisregels op 5 maart waren gefabriceerd. Die constatering vond een paar weken daarna plaats, wat leidde tot een aantal sommeringen en ingebrekestellingen aan het Landelijk Bestuur. Bij één van die ingebrekestellingen schreef ik ieder lid van het bestuur persoonlijk aan, met daarbij het aanbod om discreet afstand te nemen van de gang van zaken om zich te vrijwaren van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Geen van hen heeft hierop gereageerd. Aangezien het Landelijk Bestuur in het geheel verzuimde om inhoudelijk te reageren, betoogde ik op 19 juli 2026 per e-mail uitvoerig dat het Landelijk Bestuur tegen beter weten volhield dat het besluit van de directeur van het Landelijk Bureau rechtmatig was.
Inmiddels had ik dieper technisch inzicht verkregen in de geschriften die ten grondslag lagen aan de pagina’s met congresregels. Ik schreef in diezelfde brief daarom dat de feiten de schijn wekten van valsheid in geschriften, met daarbij ondubbelzinnig mijn intentie kenbaar makend dit aan het Openbaar Ministerie voor te leggen. Als laatste handreiking stelde ik daarom « ter de-escalatie » een redelijk ultimatum:
U bent … jegens mij civiel- en verenigingsrechtelijk in verzuim. Ter afwikkeling van onze interne en civielrechtelijke verhoudingen, en om verdere (civiele) escalatie te voorkomen, bied ik het Landelijk Bestuur middels dit schrijven voor een laatste maal de gelegenheid om binnen vijf werkdagen het volgende te honoreren:
Aan te tonen dat er op Congres 122 vigerende huisregels of andere reglementen waren die stelden dat er voor het uitdelen van flyers op een D66-congres vooraf toestemming vereist was, en dat mevrouw Andeweg op basis van deze regels gerechtigd was om mij dat te verbieden, óf een schriftelijke verklaring te overleggen waarin u onvoorwaardelijk erkent dat mevrouw Andeweg op Congres 122 onrechtmatig jegens mij heeft gehandeld.
Schriftelijk en ondubbelzinnig kenbaar te maken met welke nader te identificeren derden, zoals ik op 8 februari 2026 al heb verzocht, mevrouw Andeweg ging overleggen, en tevens kenbaar te maken wat de aard van het overleg was en hoe dit overleg de besluitvorming van mevrouw Andeweg heeft beïnvloed.
De teksten van de pagina met regels bij Congres 122 te overleggen, zoals die op 4 oktober 2025 daar te lezen waren.
Moet het nog benoemd worden dat er geen inhoudelijke reactie kwam? Op 21 juli 2026 kreeg ik een e-mail terug van het Landelijk Bestuur. Daarin stelde het dat ik onrechtmatig op Congres 122 aanwezig zou zijn geweest, ik « recht noch belang [zou hebben] om te beklagen », en dat de correspondentie over Congres 122 « de vereniging [belast] op een wijze die niet van haar kan worden gevergd om voort te duren. » Dat laatste is bijna woord voor woord een parafrase van het wetsartikel in het burgerlijk wetboek dat toestaat om het lidmaatschap van leden eenzijdig te beëindigen, een nauwelijks verhuld dreigement tot royement. Tegen beter weten in sommeerde ik het Landelijk Bestuur om afstand te nemen van dit standpunt, waarop geen reactie meer kwam.
Het Landelijk Bestuur greep ook mijn streven naar de-escalatie aan om mij eenzijdig op te roepen voor een gesprek op het Landelijk Bureau, dat zou gaan over « welke verwachtingen de vereniging over en weer mag hebben ten aanzien van het lidmaatschap en het functioneren binnen de vereniging. » Desgevraagd maakt het bestuur niet kenbaar met wie dit gesprek zal zijn, wat hun mandaat is, en wat de concrete agendapunten zijn. Wel laat het weten dat « het lidmaatschap van de vereniging wederzijds een vrijwillige aangelegenheid is, die wordt begrensd door de toepasselijke regelgeving en beheerst door de redelijkheid en billijkheid. » Redelijkheid en billijkheid. Wanneer vindt dit gesprek plaats? Prinsjesdag.
Zo hoorde op vrijdag 24 juli 2026 om 12:00 uur een verbalisant van de Politie Eenheid Den Haag een persoon, die verklaarde dat het Landelijk Bestuur van D66 feitelijk leiding heeft gegeven aan het plegen van valsheid in geschrifte door de directeur van het Landelijk Bureau van D66, en met diens dreigementen kennelijk de vrijheid van deze persoon om een verklaring af te leggen heeft gepoogd te beperken, en deze persoon ondertekende het proces-verbaal van de aangifte op vrijdag 24 juli 2026 om 17:11 uur.
Epiloog
Inmiddels is het flyer-incident van Congres 122 een publiek geheim geworden binnen D66. Ik heb meerdere gremia aangeschreven – waaronder de D66 fractie in Amsterdam en per ongeluk ook twee wethouders, Kamerlid Marieke Vellinga-Beemsterboer, en het bestuur van het Els Borst Netwerk – met het verzoek hierover een standpunt in te nemen of het gesprek aan te gaan. Ook heb ik het volledige netwerk van vertrouwenspersonen systematisch voorzien van afschriften van de correspondentie met het Landelijk Bestuur. Er is ook een Commissie Integriteitsonderzoeken, maar die heb ik niet aangeschreven, want die is volgens haar eigen reglement niet bevoegd indien er medewerkers van het Landelijk Bureau zijn betrokken.
Zij hebben allemaal verzuimd te reageren. Wel vond de voorzitter van het Els Borst Netwerk het gepast om mij via LinkedIn te sommeren « kandidaat-voorzitter Els Borst Netwerk » uit mijn functieomschrijving te halen, omdat mijn publicaties strijdig zouden zijn met de overtuigingen van het Els Borst Netwerk. Welke overtuigingen dat dan zouden zijn vertelde ze niet. Thans is mijn functieomschrijving daarom « voormalig kandidaat-voorzitter Els Borst Netwerk ». Overigens reageerden het Landelijk Bestuur en het bestuur van het Els Borst Netwerk ook niet toen ik hen schriftelijk op de hoogte stelde van bedreigingen gerelateerd aan mijn activiteiten bij D66:
Hou diezelfde energie vast. Ik ga jou tegenkomen. Jouw hoerenmoeder. Jij hebt echt een serieus probleem met mij. Ik ga je tanden uit je bek stampen. Ik weet dat je in Den Haag bij D66 actief bent. Ik heb schijt of ik daarvoor ga vastzitten, ik trap jou gewoon de intensive care in. Je bent gewaarschuwd, vuile teringdwerg dat je er rondloopt. Ik ga even onderzoeken [naar welke D66 bijeenkomsten jij gaat] en ik zweer op alles wat mij lief is dat jij je tanden van de grond gaat rapen en dat jij op de intensive care gaat liggen. Hou diezelfde energie vast op het moment dat ik voor jouw neus sta. Ik zweer het op mijn moeders dood, op een dag sta ik voor jouw neus. Ik blijf ik op je hoofd trappen en het interesseert me niet of [de politie] erbij staat. Ik ben lijp in mijn hoofd.
Deze bedreiging ontving ik omdat toen hij zei dat zijn « eer en trots » in zijn vrouwelijke familieleden zat, ik hem vroeg waarom zijn « eer en trots » dan afhankelijk zijn van wat zijn moeder met haar vagina doet. Later zou uit een AVG-inzageverzoek blijken dat deze brief op magische wijze was verdwenen. Enfin, waarom ik de illusie had dat ik deze keer wel een reactie zou krijgen blijft tot dusver een raadsel.
Ik probeerde ook nog een procedure te starten bij het Geschillencollege om in beroep te gaan tegen het negeren van mijn ultimatum d.d. 19 juli 2026. Het stelde dat het niet ontvankelijk was, omdat het incident op Congres 122 plaatsvond en dat de beroepstermijn dus al ruimschoots verstreken was. Nadat ik ondubbelzinnig kenbaar maakte dat het een beroep was tegen de beslissing van het Landelijk Bestuur om niet aan mijn rechtmatige eisen tegemoet te komen, heeft het Geschillencollege in het geheel niet meer gereageerd. De fatale termijn hiervoor verstreek op 28 augustus 2026 te 17:00.
Ik heb inmiddels vele D66’ers over het incident op Congres 122 gesproken. Waarom ik dan alles zo obsessief documenteer? Omdat ik anders met lege handen had gestaan en helemaal niets kon bewijzen. The Internet Archive liegt niet. De enige die liegt is het Landelijk Bestuur van D66. Dan zeggen ze: je hebt gelijk, Izzy, maar dit is toch niet iets waar je jezelf mee bezig wil houden? Het is inderdaad niet iets waar ik mezelf mee bezig wil houden: waar ik mezelf mee bezig wil houden staat in het begin van deze longread. Maar het is te makkelijk om te zeggen dat iemand maar moet slikken, als je zelf niet degene bent die moet slikken.
Als je zelf niet degene bent die onder fysieke intimidatie op basis van een ter plekke verzonnen maatregel beperkt is in het nastreven van diens politieke doeleinden, dan is dat zeer eenvoudig. En als je zelf niet degene bent die zich begeeft onder vrije individuen, die toevallig voorouders hebben die in het buitenland zijn geboren, en wier verlangen naar vrijheid uitsluitend wordt beantwoord met geweld en uitsluiting. Dat is een prijs die teveel mensen in ons land dagelijks voor hun vrijheid moeten betalen, wanneer zij zich niet neerleggen bij het geloof dat hun ouders voor hen uitkozen of de dictaten van de gezellige gemeenschap waar zij ongevraagd onderdeel van zijn gemaakt. En Rayaan al-Najjar, die niet boog voor het geloof dat haar beulen haar wilden opleggen, betaalde dat met haar leven.
Als meisjes van veertien in een roze huispak niet wijken voor doodsbedreigingen, dan wijk ik zeker niet voor de usurpators die zichzelf het Landelijk Bestuur van D66 noemen. De politieke en juridische wegen binnen D66 zijn nu uitgeput. Daarom is het nu aan de leden om over deze feiten te oordelen. Het Landelijk Bestuur zal opheldering verschaffen over de gebeurtenissen bij Congres 122, en als de leden van D66 dat niet doen, dan zal via een civiele procedure de vuist der vrijheid het daartoe dwingen.
Er rest te zeggen dat het duidelijk is dat het Landelijk Bestuur voornemens is om mij op Prinsjesdag te royeren. Het Landelijk Bestuur kan mij echter niet royeren, omdat ik haar per datum van deze publicatie onbevoegd verklaar, aangezien een bestuur dat aantoonbaar liegt en de schijn van criminele activiteiten wekt, niet langer bevoegd of bekwaam kan zijn om besluiten te nemen namens D66, nobel huis van de Verlichting, partij van de democratie en rechtsstaat, erfenis van Hans van Mierlo en Els Borst.
Izz ad-Din Ruhulessin
29 augustus 2026







