Hoe de lange arm van D66 tot in België reikt
De persvoorlichter is voor D66 wat de airbrush voor Stalin was
Dit is een onder artikel 10 van het EVRM beschermde uiting.
Vlak voor dat ik bij De Volkskrant mijn eerste column schreef als vaste opiniemaker, publiceerde ik op 11 februari 2026 in het Vlaamse dagblad De Morgen een stuk over de aanvaring tussen Soundos el Ahmadi en Bart Schols bij het praatprogramma De afspraak. De titel was “Wie heeft Soundos El Ahmadi een mandaat namens vrouwen gegeven?”, dus de inhoud laat zich raden, maar wie daarvan de verdere details wil lezen kan het stuk via Google opzoeken.
Ik ben ook een bevlogen D66-lid. Niet zozeer vanwege wat D66 op dit moment is, maar vanwege de vrijzinnige idealen van Hans van Mierlo en Els Borst (die voor deze idealen ter dood werd gebracht door een beul van God). Minder enthousiast ben ik over Pechtold-genealogie die thans het establishment van dit nobele huis van de Verlichting bevolkt. Wat trof ik aan in deze tempel van de Rede? Geldwisselaars.
Enfin, de Pechtold-genealogie is om begrijpelijke redenen ook niet enthousiast over mij. Zo verenigde ik zeven leden in de Seculiere Garde. Deze leden hebben met elkaar gemeen “een gevoel van hachelijkheid aangaande sommige verschijnselen in onze vereniging.” Nadat onze partijleider Rob Jetten tijdens de afgelopen Ramadan een iftar bezocht – waarschijnlijk de enige openlijke homo die het privilege heeft om dat te doen – organiseerde de Seculiere Garde met twee man en een paardenkop ook een iftar. Maar dan tijdens de middag want wij houden niet van vasten.
Deze Ramadanlunch was voor het Landelijk Bestuur van D66 aanleiding om “ambtelijk advies” in te winnen, daar twee keer over te vergaderen, en vervolgens ons – onder een procedureel voorwendsel – te sommeren de activiteiten te staken, althans het uiten daarvan in een D66-context. Blijkbaar jaagt een compromisloze seculiere stroming het D66-establishment de stuipen op het lijf. Hoe heeft het Landelijk Bestuur dan kennis van genomen van deze Ramadanlunch? Kennelijk via X, en daar vroeg ik vervolgens op door:
[Ik verzoek het Landelijk Bestuur van D66 om] toe te lichten van welke X-berichten het Landelijk Bestuur kennis heeft genomen, hoe het Landelijk Bestuur vast heeft gesteld dat deze van mijn hand zijn, en waar het Landelijk Bestuur toestemming heeft verkregen om openbare informatie over mij, althans een persoon waarvan het Landelijk Bestuur meent dat ik dat ben, te raadplegen. Indien zij deze toestemming niet heeft, wordt het Landelijk Bestuur verzocht toe te lichten waar haar gerechtvaardigd belang uit voortvloeit. Deze specifieke vraag geldt als inzageverzoek onder de AVG.
Het antwoord? Geen. Daarom heb ik het Landelijk Bestuur op 3 augustus 2026 in gebreke gesteld wat betreft dit inzageverzoek. Overigens blijkt uit een verwerkingsoverzicht (dat ik via een ander inzageverzoek kreeg, hetzij onvolledig) dat het Landelijk Bestuur kennis nam van deze Ramadanlunch via een mededeling in een voorzittersoverleg van de thema-afdelingen van D66. Natuurlijk besloot ik dat te gaan onderzoeken – één thema-afdeling geeft in ieder geval aan zich niet te herinneren dat een dergelijke mededeling is gedaan.
De lange arm van de Lange Houtstraat
Maargoed, we hadden het over de lange arm van D66. Zoals altijd plaatste ik op 11 februari 2026 ook mijn opiniestuk in de WhatsApp-groepen van D66, althans de groepen waaruit ik nog niet verwijderd was. De grootste en meest actieve WhatsApp-groep binnen D66 heet “Het Vrije Debat D66”, alleen daar was ik in januari van dit jaar al uit verwijderd. Waarom? Onder meer omdat ik mij op het standpunt stelde dat “Abraham Kuyper de kleine satan en Johannes Calvijn de grote satan” is. Een andere WhatsApp-groep is door twee D66-bestuurders volledig stilgelegd nadat iemand de leden een fijn suikerfeest wenste, anderen zich afvroegen of dat voor elke feestdag ging gebeuren, en ik de voorzet afmaakte door te stellen dat het suikerfeest een geweldige dag is voor de kinderen die geslagen worden als ze niet willen vasten.
De bestuurlijke kramp was op 11 februari niet anders. Het plaats delict was wederom een D66-appgroep. Ik deel het stuk om 12:37 in een D66-appgroep. Om 14:42 belt De Morgen. Of ik er akkoord mee was om “lid van D66” uit de auteursomschrijving te verwijderen. Vanzelfsprekend niet. De redactie ging daarop in beraad. Een lokale bestuurder (die thans wethouder is) merkt op dat het “zeker in verkiezingstijd” onhandig is om het lidmaatschap bij publieke uitingen te vermelden. Dat ik dat niet zou snappen was “veelzeggend”. Om 15:39 belt De Morgen weer. De verwijzing wordt progressief-liberaal. De bestuurder zegt later op de dag dat niemand zit te wachten op de mening van een “willekeurig” D66-lid en dat D66-ers hun mening vormen in “zaaltjes”. Ja, echt, zaaltjes. Hans van Mierlo draait zich in zijn graf om. Triomfantelijk deelt de bestuurder een screenshot van de gewijzigde tekst.
Per e-mail erkent het Landelijk Bestuur van D66 dat het “per geval” ingrijpt, afhankelijk van de “context, timing en formulering”. Dat is opmerkelijk veel tekst, want het kan namelijk met één woord geduid worden: willekeur. Mijn lidmaatschap van D66 is een objectief feit. Dat het bestuur om wat voor reden dan ook liever niet heeft dat dit aan bepaalde publieke uitingen is verbonden, geeft haar niet het mandaat om het gewicht van D66 te gebruiken om een buitenlandse krant onder druk te zetten om dit objectieve feit te verhullen.
Vanzelfsprekend liet uw favoriete ketter het daar niet bij zitten en schreef hij de Rijksvoorlichtingsdienst aan.
Na enig heen en weer mailen – de Rijksvoorlichting is een aal die even glibberig is als de reactie van de gemiddelde politicus uit de Pechtold-genealogie – krijg ik dan toch een inhoudelijk standpunt over deze praktijk:
Er rest te zeggen dat dit een opmerkelijk antwoord is voor een regering die Victor Orban, de voormalig minister-president van Hongarije, bekritiseerde over de inperking van de persvrijheid. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) laat gelukkig wel weten – over het abstracte, principiële vraagstuk – dat “[i]nhoudelijke bemoeienis door de overheid of een politieke vertegenwoordiger van het kabinet met perspublicaties […] in zijn algemeenheid een slechte zaak [is]” en “[hoewel] de zaak te abstract weergegeven [wordt] om er een goed oordeel over te kunnen vellen, lijkt het ... niet de rol van een ander dan de schrijver van het stuk om daarin wijzigingen te (laten) aanbrengen”.
Waar een mens zich druk om maakt
Nu zult u zich afvragen: waarom maakt de altijd cynische heer Ruhulessin zich zo druk om een triviale wijziging, die niet eens de strekking van het stuk raakt? Daar zijn legio redenen voor, maar de belangrijkste is dat een biografie bij een opiniestuk niet zomaar tot stand komt. Als daar “lid van D66” in staat dan heeft dat een reden, namelijk het bij D66-leden onder de aandacht willen brengen van het opiniestuk. Door daar interventies in te plegen, tast het Landelijk Bestuur de democratische consensusvorming binnen de vereniging aan – en zij heeft daar een geschiedenis in, waarover ik u misschien nog wel meer ga vertellen. Dit is in ieder geval niet de werkwijze van een democratische partij: het is de modus operandi van de Stasi.
Bovendien schaden zulke interventies ook mijn professionele hoedanigheid als columnist en opiniemaker. Ik kan nu in niet meer naar De Morgen een opiniestuk opsturen, zonder dat een redacteur zich daar afvraagt of dat tot een interventie van D66 gaat leiden. Het Landelijk Bestuur is dan ook nadrukkelijk en ondubbelzinnig kenbaar gemaakt dat ik hierdoor (immateriële) schade door heb geleden, maar dat is natuurlijk juridisch gewauwel dat in het geheel niet interessant is voor Substack. Zij weigert tot op de dag van vandaag toezeggingen te doen over toekomstig gedrag.
Hoe nu verder? In ieder geval heeft het Landelijk Bestuur mij op 15 september 2026 (Prinsjesdag) te 16:00 ontboden op het Landelijk Bureau in Den Haag. Daar gaan we het hebben over “de wijze waarop leden binnen de vereniging met elkaar omgaan” en de “wederzijdse rechten en verplichtingen” bespreken. Voor de goede orde stelt het Landelijk Bestuur van D66 wel “voorop dat het lidmaatschap van de vereniging wederzijds een vrijwillige aangelegenheid is,” hetgeen voor mij in ieder geval klinkt als “als het je niet bevalt, dan rot je toch op naar je eigen land.”
Wat ze mij concreet gaan vertellen weet ik niet, want dat weigert het bestuur ondanks herhaaldelijk verzoek te vertellen. Ik weet in ieder geval wel dat ik op 15 september 2026 het Landelijk Bestuur van D66 onbevoegd zal verklaren en misschien zelfs wel op het aankomende jubileumcongres op 27 september 2026 diens aftreden eisen. Als ik ten minste nog moties kan indienen, want de laatste keer dat ik kritische moties indiende stond er een paar dagen later bij het inloggen op het ledenportaal plotseling “Gebruiker niet gevonden”.
Bonus: meer gewraakte uitingen van de Seculiere Garde
De doelstellingen:






